Op de middenstip

De afscheidsdienst van meneer, die meer dan dertig jaar bestuurslid was en aan de geboorte stond van het vrouwenvoetbal bij de club die hij een warm hart toedroeg, vond volgens zijn wens plaats op de middenstip van het hoofdveld en in de kantine van de club.

Hij stond daar precies op de middenstip, omringd door rode en witte bloemen, de kleuren van de club. Zoals hij ook z’n hele leven in het midden van de vereniging stond. Altijd aanwezig, altijd betrokken, altijd die verbindende factor, tussen jong en oud, tussen spelers en bestuur, tussen verleden en toekomst. Hij was een man van vele kanten, als de bal zelf, gebouwd uit vele vlakken die samen één geheel vormen. Samen vormden ze de mens die hij was.

Hij kende het veld als geen ander, niet alleen de lijnen en het gras, maar ook de mensen erop. Hij was speler, trainer, bestuurslid, organisator en bovenal: een bron van energie en inspiratie.

Zijn gezondheid beperkte hem, maar nooit zijn inzet. Hij vond altijd een manier om door te gaan, om anderen te helpen, te motiveren, te laten genieten van het spel.

Meneer vertrok nog één laatste keer van de middenstip, hij was niet alleen. Omringd door spelers, supporters, trainers, met zijn familie daarachter. Tussen herinneringen die blijven, tussen mensen die hij heeft geraakt.

De scheidsrechter van het leven heeft gefloten, de bal ligt stil, maar de wedstrijd van meneer is niet verloren. Hij heeft gespeeld met glans, met eer, met liefde.

Zijn afscheid eindigde niet met een laatste fluitsignaal, maar met een erehaag. – een laatste eerbetoon – Een haag van mensen die hij geraakt heeft.

Wat achterbleef was een lege middenstip, met de haag van bloemen op de middencirkel, in de kleuren van de club.

De bloemen werden gebundeld en verdeeld, voor zijn familie en de club die híj altijd centraal stelde.